Episode 3: Stralingsnormen. Wie bepaalt ze en hoe hoog zijn ze?

Wil je ons steunen? Dat kan!

  • Je kan een vrije donatie doen op rekening BE45 9733 9096 4089 – BIC: ARSPBE22.
  • U kan ook onderstaande knop gebruiken om te doneren.

Stralingsnormen: Wie bepaalt ze en hoe hoog zijn ze? 

Overheden, adviesorganen, wetenschappers. Allemaal spreken ze over normen. Maar wie bepaalt die normen? En zijn de experten belangeloos en neutraal?

In de complexe structuur van België zijn meerdere instanties verantwoordelijk voor het vastleggen van stralingsnormen. 

  • Het BIPT bepaalt welke frequenties voor welke toepassingen worden opengesteld
  • De Hoge Gezondheidsraad geeft advies over de invloed van straling op de gezondheid.
  • De Federale overheid kent de opengestelde frequenties toe en verkoopt de  licenties. 
  • De Gewesten bepalen de maximale zendsterkte die op hun grondgebied is toegestaan. 

Al deze instanties verwijzen voortdurend naar het ICNIRP. De “Internationale Commission for Non-Ionizing Radiation Protection” formuleert advies over normen die volgens hen veilig zijn. 

Het ICNIRP is geen overheidsinstantie. Het draagt geen beleidsverantwoordelijkheid. Het is een private, niet-gouvernementele organisatie met hoofdzetel in München. 
Het ICNIRP bestaat uit een beperkte groep wetenschappers uit de hele wereld.  Deze worden niet door de overheid aangesteld. De ICNIRP commissie beslist zelf welke nieuwe wetenschappers worden toegelaten tot de club.
Het is een bijzonder invloedrijke groep. De richtlijnen die het uitgeeft, worden overgenomen door de WHO en door Europa.

Steeds meer journalisten en wetenschappers stellen de onafhankelijkheid van het ICNIRP in vraag. Uit onderzoek blijkt immers dat haar leden vaak banden hebben met de telecom industrie. Daardoor is het advies dat ze geven bevooroordeeld.

De belangenvermenging tussen het ICNIRP en de industrie werd intussen blootgelegd door zowel Investigate Europe als door leden van het Europees Parlement.

Het ICNIRP kiest niet alleen haar eigen leden, het profiel van de wetenschappers is erg eenzijdig. Het wordt gedomineerd door wetenschappers in de fysica. Slechts 1 van de 14 commissieleden is medisch gekwalificeerd. Hoe kan zo’n gezelschap degelijk advies geven over de impact van straling op de gezondheid en het milieu? 

Toch verwijst zowat elke overheid naar het ICNIRP als er kritische vragen worden gesteld. Waarom stelt de overheid zo’n organisatie niet in vraag?

Sinds 1998 beweert het ICNIRP dat enkel thermische effecten relevant zijn. Zolang onze weefsels niet opwarmen, is er volgens hen geen gevaar. Dat uitgangspunt wordt herhaald in een rapport van 2020 dat de uitrol van 5G mogelijk maakt. 

Steeds meer wetenschappers zijn het daarmee echter oneens. Onafhankelijke onderzoekers hebben al duizenden keren aangetoond dat mensgemaakte straling reeds ver onder de opwarmingsgrens biologische organismen beïnvloedt. Daarom stellen zij andere grenswaarden voor. Normen die niet alleen weefselopwarming vermijden maar ook verhinderen dat draadloze technologie biologische schade veroorzaakt.

Als je de ICNIRP normen vergelijkt met die biologische richtwaarden, dan liggen de normen van het ICNIRP een miljoen tot een miljard keer te hoog. 
De ICNIRP normen zijn ook 100 miljard keer hoger dan de natuurlijke achtergrondstraling. 
Dit alles roept ernstige vragen op. 

Voor het ICNIRP is er echter niets aan de hand. Omdat het enkel thermische effecten erkent, worden alle studies die biologische effecten vaststellen systematisch onder de mat geveegd. Dat is uiteraard mooi meegenomen voor de industrie en een overheid verlekkerd op een goed gespekte schatkist.

Er zijn nog problemen met de ICNIRP normen:

  1. Ze houden geen rekening met de continuïteit van een blootstelling 24/7
  2. Gemeten stralingswaarden worden uitgemiddeld over 30 minuten
  3. Ze houden geen rekening met het cumulatieve effect van de stralingsbronnen
  4. Ze houden geen rekening met kwetsbare groepen zoals kinderen of mensen die hypersensitief zijn.
  5. Ze maken geen analyse op de lange termijn

Het is daarom dat wij ijveren voor een omgevingsbelasting van maximum 0.6 volt per meter en voor normen die met àlle effecten van draadloze technologie rekening houden

Deel deze informatie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *